1.4 Zelfbewustzijn
De studerende reflecteert op eigen gedrag in (complexe) situaties en benoemt acties die bijdragen aan het reguleren van emoties of het verbeteren van persoonlijke effectiviteit.
5.3 Optimisme
De studerende ontwikkelt gezonde gewoontes en routines voor de eigen fysieke, emotionele en mentale gezondheid en toont hierdoor vertrouwen in eigen bekwaamheid om met succes bij te dragen (self-efficacy) aan zinvolle verandering.
De activiteit richt zich op het omgaan met prestatiedruk en faalangst. Studenten werken individueel aan het onderzoeken van tools uit ACT en de positieve psychologie die hen hierbij kunnen ondersteunen. Daarnaast zijn er groepsbijeenkomsten waarin studenten emoties en ervaringen met elkaar delen. Dit helpt hen om zich bewuster te worden van hun eigen proces en om van elkaar te leren. Ook krijgen zij ruimte om te experimenteren met nieuw gedrag.
Zelfbewustzijn – naar doen
- De student kan in concrete situaties beschrijven welk gedrag hij/zij vertoonde en waarom.
- De student benoemt welke emoties hierbij speelden en herkent patronen in eigen reacties.
- De student kiest en past bewust strategieën toe (bijv. ademhaling, pauze nemen, helpende gedachten) om emoties te reguleren.
- De student formuleert acties die bijdragen aan het verbeteren van persoonlijke effectiviteit en laat zien dat hij/zij deze in praktijk brengt.
- De student kan verwoorden wat het effect was van deze acties op het eigen functioneren.
Optimisme – naar doen
- De student kan eigen routines en gewoontes beschrijven die bijdragen aan fysieke, emotionele en mentale gezondheid.
- De student past deze routines actief toe en laat zien dat hij/zij hierin consistent is.
- De student toont vertrouwen in eigen kunnen door uitdagingen aan te gaan en vol te houden bij tegenslag.
- De student verwoordt hoe zijn/haar inzet bijdraagt aan positieve verandering, voor zichzelf of in een situatie.
- De student laat door gedrag zien dat hij/zij gelooft invloed te hebben op het bereiken van betekenisvolle doelen.